De varkens en hun beschermvrouw Yvonne Kroonenberg

Sinds begin 2011 is Yvonne Kroonenberg, auteur van o.m. het boek ‘Alleen de knor wordt niet gebruikt’, over het leven van het industrie-varken, beschermvrouw van de varkens bij Stichting Melief. Want graag geeft zij, waar ze kan, steun aan ons permanente onderkomen waar de 15 varkens, na vaak een ellendig verleden, ieder hun eigen gezicht mogen laten zien. Iets wat volledig ontbreekt bij vleesvarkens:

“Dat was wat mij nog het meest pijn deed, toen ik mijn rondgang langs varkensstallen, transportverzamelplaatsen en slachthuizen deed, in het jaar dat voorafging aan het schrijven van mijn boek over het leven van vleesvarkens: al die varkensgezichten, die mij aankeken, soms bang, soms nieuwsgierig, maar allemaal net een beetje anders, even gemakkelijk van elkaar te onderscheiden als mensen. Maar mensen denken na over wat ze met hun leven zullen doen. Vleesvarkens hebben geen leven, ze worden na een half jaar geslacht, wanneer ze op het juiste gewicht zijn en aan mooie ogen heeft de industrie beslist geen boodschap. Hier bij Melief zijn de varkens, net als de andere dieren, veilig en hebben ze het goed”

Met varkens in de vee-industrie is het buitengewoon slecht gesteld. Ze worden in rap tempo vetgemest met groeibevorderaars, zodat ze na een half jaar slachtrijp zijn. Fokzeugen worden opgesloten tussen ijzeren stangen en vastgezet om te voorkomen dat ze hun biggen dooddrukken. Hun biggen worden al na een maand bij ze weggehaald, terwijl de natuurlijke zoogperiode veertien weken bedraagt. Direct daarna worden de moederdieren weer zwanger gemaakt, meestal via kunstmatige inseminatie. De biggen komen vaak terecht in krappe, betonnen hokken. Ze zitten er in het donker om ze rustig te houden, want een varken is van nature een intelligent en ondernemend dier. In stallen zonder stro, afleiding en bewegingsruimte slijten de varkens hun dagen met eten, drinken en zich vervelen. Veel dieren hebben last van stress (wat zich onder andere uit in hart- en maagklachten) en vaak komt het tot onderlinge gevechten, omdat ze geen kant op kunnen. Om daarbij eventuele verwondingen te voorkomen, worden staarten en hoektanden van varkens in de vee-industrie (zonder verdoving!) verwijderd. De varkens die worden geëxporteerd, vergaat het weinig beter. Ze kunnen slecht tegen het reizen en komen vaak ziek aan op hun buitenlandse bestemming, waar de leefomstandigheden meestal nog belabberder zijn dan in Nederland.
Tegen deze misstanden kunt u zelf iets doen door minder (of beter geen) vlees uit de vee-industrie te eten. Kiezen voor plantaardige producten is bovendien ook nog eens goed voor het milieu en het klimaat.

Melief trekt zich ook het lot aan van varkens. Bij ons komen ook dieren terecht die zijn ontsnapt aan de vee-industrie. Varkens hebben in onze opvang hun eigen deel in de grote stal bij de geiten en minivarkens. Daar slapen ze samen in een nest van stro. Via een uitloop komen de varkens buiten, waar ze hun neus in en onder het gras kunnen steken en een modderbad kunnen nemen. Want zeker tijdens warme dagen vinden ze niets fijner dan af te koelen in het natte zand!
De varkens van Melief hebben allemaal hun eigen geschiedenis, die vaak niet zo rooskleurig is. Lees bijvoorbeeld maar eens de verhalen van Engel, Tofu en Babe, James en Rudy:

Engel

Marc: “We zijn ons ervan bewust dat dit verhaal wel heel bizar is. Toch is het geen sprookje, al lijkt het dat wel. Er was eens een... varkenstransport. Zoals de tientallen die hier per dag voorbijrazen op weg naar het slachthuis in Sögel. Afgelopen jaar is er nog zo’n veewagen precies voor onze deur gekanteld. Dat was een ware nachtmerrie voor de desbetreffende dieren.

Op een najaarsdag moet er wederom een wagen te snel door de bocht zijn gegaan, waardoor deze een klein deeltje van zijn vracht verloor. Die dag kwamen er twee mannen van Gemeentewerken aan de deur met de vraag of we varkens hadden. Toen we dit beaamden, vertelden ze dat er een varkentje liep aan de overkant van de straat. Al snel bleek dat er bij ons geen ondeugend varken was uitgebroken, maar dat het ging om een big die waarschijnlijk uit de veewagen was gevallen. De mannen vroegen of wij er iets mee konden beginnen. Ik haalde snel een grote vliegtuigbench en met een beetje manoeuvreerwerk en geduld dreven Lothar en ik het bange wezentje (dat onder de schaafwonden en blauwe plekken zat) in de bench. Trillend van de spanning stonden zowel wij als het varkentje even later op de boerderij uit te puffen. Omdat dit zachte, leergierige en vriendelijke diertje letterlijk uit de hemel gevallen lijkt te zijn, hebben we haar Engel genoemd. Overdag heeft Engel een B voor haar naam, want dan maakt ze het erf onveilig. En hopelijk, zoals in alle sprookjes, leeft ze nog lang en gelukkig!”

Tofu: gered van slacht

Lothar: “We werden gebeld door een mevrouw die zat met een moeilijke situatie. Ze had opgepast bij een varkensmesterij toen de boer een weekend weg was. Een van de biggen was ziek en had verzorging nodig. Wat de boer niet zou doen, deed deze vrouw wel: ze nam het diertje in huis. Gelukkig werd het beter. De big had inmiddels haar hart gestolen, daarom bleef ze hem bezoeken op de mesterij. Hij was helemaal tam geworden en liep zelfs mee aan een lijn.

Maar al snel naderde het moment dat de varkens zouden worden geslacht. De vrouw wilde te allen tijde voorkomen dat deze big met een gezicht, van wie ze zijn persoonlijkheid had leren kennen, ook de keel doorgesneden zou worden. Aangezien ze zelf geen plaats voor het dier had, belde ze stad en land af om een oplossing te vinden. Een e-mail met haar noodkreet bereikte uiteindelijk ook ons. Na enige beraadslagingen besloten we dit dier zijn genadebrood te geven. Eenmaal hier hebben we het varken Tofu gedoopt. Zo’n lief, aanhankelijk dier met zoveel karakter doet in niets aan karbonade denken, maar aan wat u kunt eten om deze intelligente wezens te sparen. Tofu heeft zich aangesloten bij de andere varkens en rent iedere dag uitgelaten met zijn nieuwe familie door de wei.”

James, Babe en Rudi

Marc: “James, zijn zusje Babe en broertje Rudi werden als biggen uit de vee-industrie vrijgekocht van de slacht en opgevangen door een welwillende mevrouw. Maar deze vrouw las op internet dat je varkens uiterst voorzichtig moet voeren. Anders worden ze te dik, wat een belasting is voor hun skelet. Dat wilde de mevrouw niet, vandaar dat ze de dieren uitsluitend minimale hoeveelheden plantaardige voeding gaf en geen gespecialiseerde biggen- of varkensbrokken.

Als een geluk bij een ongeluk kreeg de verzorgster mot met de buren over de biggen en moest ze voor de dieren op zoek naar een nieuw tehuis. Omdat ze geen nieuw onderkomen voor Babe, James en Rudi kon vinden, zijn de varkens uiteindelijk bij ons gekomen. Het bleek dat de vrouw door de bezorgdheid over hun gewicht het trio zwaar had ondervoed. De arme dieren hadden een enorme groeiachterstand, iets wat ze nooit meer zullen inhalen. Maar door ze kleine beetjes eten te geven en dit langzaam op te voeren, zijn ze nu gelukkig en tevreden. Babe, James en Rudi zijn nog steeds te klein voor hun leeftijd, maar voor deze miniatuurreuzen lijkt dat de pret niet te drukken. Ze chillen lekker bij de modderpoel en grazen met de andere varkens in de wei!”

Hier krijgt u informatie over de mogelijkheid om deze dieren financieel te adopteren. Want hun verzorging kost natuurlijk geld. Maar dankzij uw steun kunnen we ze een goede toekomst garanderen en maken we voor nog meer dieren het verschil tussen leven en dood!