De dieren bij Melief

Bij Stichting Melief wordt geprobeerd om de dieren die binnenkomen, wanneer nodig, weer op te lappen. We geven hen persoonlijke aandacht en de helaas vaak noodzakelijke medische verzorging.

Lothar is gedragstherapeut voor honden en katten, en daarnaast gediplomeerd veterinair natuurgeneeskundige. Zijn in de loop van de jaren opgebouwde kennis wordt dus direct in de praktijk toegepast.

Het bijzondere aan het leven bij Stichting Melief is dat de dieren zoveel mogelijk vrijheid hebben. Ze zitten niet in kleine hokjes opgesloten, maar lopen allemaal door elkaar in de voor hen ingerichte delen van het omheinde terrein. Bij al de gevederde dieren is er met de stalhuisvesting rekening mee gehouden dat er in periodes van vogelgriep opgehokt moet kunnen worden, zonder dat dit ernstige welzijnsproblemen voor de dieren oplevert. Ook slapen de meeste dieren ’s nachts binnen zodat ze veilig zijn voor wilde dieren.

De konijnen zijn ondergebracht op de konijnenberg. Hier kunnen ze graven wat ze willen, want (diep) onder het zand is overal gaas aangebracht. Zodat de dieren voor hun eigen veiligheid niet uit de omheining kunnen komen. En zodat er ook geen wilde konijnen in op de konijnenberg kunnen komen, want alleen de rammetjes worden gecastreerd.

De kippen, enkele hanen, fazanten, pauwen en parelhoenders scharrelen lekker rond op het erf. Ze kunnen altijd de kippenstal in en uitlopen. Ook grenst er aan het erf een grasveld, zodat er ook altijd iets groens te pikken is, naast het graan en groenvoer dat ze gevoerd krijgen.

De katten rennen tussen het pluimvee door, ze delen dezelfde ruimte. Het erf is omgrensd met een hoog hek met schrikdraad. Op deze manier hebben de katten ook een zee van ruimte en lopen ze toch geen gevaar door in de omgeving te gaan lopen zwerven. Want daar zijn ze vogelvrij voor jagers en de gevaarlijke weg aan de voorkant van de boerderij. De katten beschikken over een eigen stal, waar het eten staat, waar de kattenbakken staan en waar ze rustig in en op krabpalen kunnen liggen. Door de kattenluiken kunnen ze altijd de stal in en uit lopen. Want de meeste liggen toch liever in het stro onder de overkapping…

Aangezien er in de opvang meer dan 200 hanen zijn, hebben deze een eigen stal met een eigen weide die niet naast het erf ligt. Dit is ook om de kippen te beschermen, die zouden anders geen leven hebben. Doordat er geen kippen tussen de groep hanen lopen, wordt er bijna nooit gevochten. U kunt hier meer lezen waarom er zoveel hanen in de opvang wonen.

De honden zijn verdeeld in twee (variabele) groepen. Beide groepen hebben de hele dag de beschikking over een speelweide, waar ze de hele dag kunnen rennen, blaffen, ravotten en graven. De meeste honden die hier gekomen zijn en geen roedel gewend waren, waren toch in een paar dagen op hun plaats en genieten van hun vrijheid.

De ganzen, eenden en zwanen beschikken over een vijver van ongeveer 9 bij 20 meter en 1 meter diep (180.000 liter water), die ligt in een ruime weide. Hier zijn ook bomen aangeplant die voor beschutting kunnen zorgen. Aangezien de dieren voor de vos een te makkelijk avondmaal zouden zijn (zeker de kwakertjes en de muskuseenden) slapen de dieren ’s nachts in hun eigen stal. Hier hebben ze ook altijd voer en ruim (bad)water tot hun beschikking.

Aan de wand van de eendenstal zijn quarantainestallen gebouwd. Dit zijn stallen in de vorm van vijf paardenboxen waar dieren komen te zitten als zij medische verzorging nodig hebben, of net zijn binnengekomen. De pony's hebben hier een vaste slaapplaats. Overdag gaan zijn naar de wei om daar te grazen en rond te rennen.

De geiten en hangbuikzwijnen wonen met zijn allen in één stal. Na het voeren ’s ochtends, kunnen ze met z’n allen de weide op om te grazen. Ook hier staan de staldeuren de hele dag open, want geiten hebben een enorme hekel aan regen. Als er een druppel dreigt te vallen, moet de hele kudde in één keer naar binnen kunnen rennen.

De varkens hebben hun eigen deel in de grote stal bij de geiten en minivarkens, met hun eigen uitloop en weide. Hier kunnen ze naar hartelust hun neus in en onder het gras steken en een modderbad nemen. Want zeker met warme dagen vinden deze dieren niets fijner dan af te koelen in het natte zand.
De kudde schapen wisselt de weides af, en hun schuilhutten verhuizen mee. Zo kunnen ze weggrazen wat de geiten hebben laten staan. En zijn ze ook veilig voor de geiten, want die hebben wel eens de neiging om te denken dat schapen lager in de rangorde staan dan zij zelf. Bij de varkens hoeven ze dat niet in hun hoofd te halen…

Op dit moment zijn er drie volières, met vogels als grasparkieten, agapornissen, valkparkieten, halsbandparkieten, prachtrozella’s, kanaries en zebravinken. Onderin één van de volières wonen de cavia’s. Terwijl de vogels luid kwetterend achter elkaar aan vliegen, maken zij de bodem van de volière onveilig…

De duiven hebben een eigen onderkomen, waar de duiven die niet meer vliegen kunnen de ruimte hebben om rond te lopen. De rest heeft de mogelijkheid om vrij rond de boerderij te vliegen. Dit is een prachtig bont gezicht, aangezien de opvangdieren bestaan uit stadsduiven, pauwstaarten en kroppers, en alles wat er tussenin zit, in alle mogelijke kleuren. Uitrusten doen ze met zijn allen op een rijtje, op de nok van het dak van de boerderij.

Het is mogelijk om Stichting Melief te bezoeken, en wel op zaterdagmiddag van 14.00 tot 16.00 uur. De rest van de week kan het, in verband met het drukke dagschema, nu alleen nog op afspraak. Bezoekers kunnen genieten van het samenzijn met de dieren, en tegelijkertijd zien hoe een dier dierwaardig kan leven. Zo hoopt de stichting mensen bewust te maken, waardoor dierenleed kan worden voorkomen. U vindt hier onze contactgegevens.